Joke Lanz, beter bekend als Sudden Infant, die in 1965 te Basel, Zwitserland, geboren werd en tegenwoordig Berlijn, Duitsland als thuisbasis heeft, was vanaf 1985 betrokken bij vele projecten zoals ander andere: Jaywalker, Schimpfluch-Gruppe, Catholic Boys in Heavy Leather, WAL en vele andere in de hardcore, punk en noise scene.
Hij maakte in 1989 zijn eerste cassette, getiteld "Hirrnkopter Hellikranck" onder de naam VEHIKEL & GEFÄSS.
Daarna werden er onder verschillende namen diverse cassettes, CD's en LP's uitgebracht, waaronder de 2dubbele LP (=4LP) "My Life's A Gunshot" (als Sudden Infant), een overzicht van 20 jaar Sudden Infant, in een gelimiteerde oplage van 500 stuks in 2011 en de 10CD box "Transmission 104.5 1989-1995" (als Psychic Rally) van de originele banden , eveneens in 2011 uitgebracht in een beperkte oplage van 500 stuks.
In 2014, na 25 jaar solo werk, besloot Joke Lanz - zang en elektronica verder te gaan onder de naam Sudden Infant, maar nu als trio samen met Christian Weber - basgitaar en Alexandre Babel - drums en voor het nieuwe album wist hij Roli Moseman (Swans, New Order, Marilyn Manson, The Young Gods) te strikken voor de productie.
Begin mei 2014 bracht het Voodoo Rhythm het debuut album van de nieuwe band uit, getiteld "Wölfli's Nightmare" met daarop 12 nummers.
De CD start met de titel song "Wolfli's Nightmare" en hier hoor ik de band een erg heftige, vrij experimenteel klinkende, song ten gehore brengen, waarbij de teksten, die een aanklacht tegen maatschappij bevatten, de microfoon in geschreeuwd worden. (luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
Daarna volgt "Hold Me - Prawn Version" en ook nu hanteert de band het systeem van in de microfoon geschreeuwde teksten en heftige indringende vrij experimentele klanken, waarin toch enige orde lijkt te zitten.
In "Crane Boy II - Electric Version" krijg ik een nummer te horen, waarin de muziek van de band me doet denken aan die van Copernicus, die dezelfde manier van muziek maken heeft.
Dan hoor ik "Father", waarin de muziek experimenteel en duister klinkt en ook in dit nummer brengt de band me aan het denken met hun teksten, waarna ik "Kiss" te horen krijg en hierin speelt de band op ingetogen manier een psychedelisch stukje muziek, dat tegen het einde een stukje heftiger wordt.
Vervolgens hoor ik "Endless Night", waarin er met eentonig drum ritme begonnen wordt, waarna de basgitaar er zware dreunende klanken bijvoegt en de zang er op een vervormde manier bij komt, zodat er een heftig klinkende song ontstaat, die swingt als een trein.
Met "Sleep Little Death" laat de band me een erg experimenteel stukje muziek horen, waarin met minimale klanken toch een spannend nummer gebracht wordt en "Girl" klinkt industrieel, waarbij de teksten weer een aanklacht bevatten en de muziek heftig klinkt.
Dan krijg ik de cover "Human Fly" (Cramps) te horen en hierin laat de band me genieten van een psycho-billy song, die swingt en met "Crane Boy I - Acoustic Version" krijg ik een industriële versie van dit nummer te horen, waarbij de tekst op een meer geciviliseerde manier gedeclareed wordt en de muziek zo nu en dan jazz invloeden bevat.
In "Tandoori Chicken Scooter IV" laat de band me opnieuw een heftige song horen, waarbij de muziek vrij experimenteel industrieel klinkt, terwijl de tekst de microfoon in geschreeuwd wordt.
Het laatste nummer van de CD heet "Stairs" en hierin hoor ik de gedeclareerde tekst begeleid worden door enkele drum klanken, zodat ook dit nummer met minimale middelen een maximaal resultaat oplevert.
De CD "Wölfli's Nightmare" is niet bestemd voor de doorsnee luisteraar, maar zij, die de gok te wagen en er de moeite voor nemen, zullen het zeker met mij eens zijn en tot dezelfde conclusie komen; Fantastisch!
maandag 7 juli 2014
maandag 26 mei 2014
Review: Smash Fashion - Big Cat Love (Electric Pudding Records, 2014) (Glamrock)
Smash Fashion is een band uit Los Angeles, Californië, die zich muzikaal heeft laten beïnvloeden door de glamrock, garagerock en rock & roll, bestaat uit: Lloyd Stuart Casson - sologitaar, Nigel Mogg - basgitaar (tot eind 2013), Tony Kinman - basgitaar, Repo - drums en Roger Deering - zang en sologitaar.
Bijna alle bandleden hebben voorheen in vrij bekende bands gespeeld, zo speelde Nigel Mogg in de Britse band The Quireboys, Tony Kinman in Amerikaanse punk band The Dils, Repo in de Finse band Smack (Nirvana coverde hun nummer "Run Rabbit Run") en Lloyd Stuart Carson in de Amerikaanse band Rock City Angels (de oude band van Johnny Depp), terwijl zanger Roger Deering een fanatieke aanhanger is van Cheap Trick en Mott The Hoople.
Hun album "Big Cat Love" bevat 12 nummers, waarvan de eerste "Wicked Ways" heet en hierin krijg ik een stevige uptempo rock song te horen, waar invloeden uit de glamrock en hardrock naar voren komen.(luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
Het volgende nummer heet "Marionette", waarin de band me opnieuw een swingende mix van hard- en glamrock voorschotelt, die in een vrij hoog tempo gespeeld wordt en een aanstekelijk ritme bevat.
Daarna hoor ik "Strike My Fancy (Knickers Down)", waarin de band een heerlijke opgewekte glamrock song speelt en gebruik maakt van blazers en deze wordt gevolgd door "Stay Off My La La", een geweldige song in de stijl van de oude Sweet en ook hierin swingt de band als een trein.
In "You Love To Suffer" hoor ik de band een fantastische imitatie van David Bowie spelen en als ik niet beter wist zou ik denken naar een vergeten opname van Bowie te luisteren en in het titel nummer "Big Cat Love" krijg ik een lekker klinkende glamrock song te horen, die me aan de muziek van bands als Mud en Showaddywaddy doet denken en ook dit nummer swingt.
Dan schotelt de band me "Just A Kiss At The Starting Line" voor, waarin ik een uitstekende pop song in de stijl van een Bruce Springsteen nummer hoor, die gevolgd wordt door "Super Glam" en zoals de titel al doet vermoeden is dit een schitterende glamrock song, waarbij het onmogelijk is stil te blijven zitten en ik de neiging krijg om mee te gaan zingen.
Het uptempo "Aim For The Heart" klinkt als een nummer van The Sweet ten tijde van "Desolation Boulevard", dus gewoon geweldig en "Blame It On The Brandy" is een heerlijk swingende powerrock song.
Vervolgens hoor ik "Live To Tell", waarin de band me een prima stukje rock voorschotelt, waarin invloeden van David Bowie zitten en in het laatste nummer, "Stairs To Nowhere" laat de band me genieten van een swingende uptempo rock song, die het midden houdt tussen glam- en powerrock.
Smash Fashion heeft me met het album "Big Cat Love" aangenaam weten te verrassen en me even teruggevoerd naar halverwege de jaren 70, toen de glamrock op zijn hoogtepunt was en ik kan iedere rock liefhebber dan ook aanraden, dit heerlijke album eens te gaan beluisteren.
Bijna alle bandleden hebben voorheen in vrij bekende bands gespeeld, zo speelde Nigel Mogg in de Britse band The Quireboys, Tony Kinman in Amerikaanse punk band The Dils, Repo in de Finse band Smack (Nirvana coverde hun nummer "Run Rabbit Run") en Lloyd Stuart Carson in de Amerikaanse band Rock City Angels (de oude band van Johnny Depp), terwijl zanger Roger Deering een fanatieke aanhanger is van Cheap Trick en Mott The Hoople.
Hun album "Big Cat Love" bevat 12 nummers, waarvan de eerste "Wicked Ways" heet en hierin krijg ik een stevige uptempo rock song te horen, waar invloeden uit de glamrock en hardrock naar voren komen.(luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
Het volgende nummer heet "Marionette", waarin de band me opnieuw een swingende mix van hard- en glamrock voorschotelt, die in een vrij hoog tempo gespeeld wordt en een aanstekelijk ritme bevat.
Daarna hoor ik "Strike My Fancy (Knickers Down)", waarin de band een heerlijke opgewekte glamrock song speelt en gebruik maakt van blazers en deze wordt gevolgd door "Stay Off My La La", een geweldige song in de stijl van de oude Sweet en ook hierin swingt de band als een trein.
In "You Love To Suffer" hoor ik de band een fantastische imitatie van David Bowie spelen en als ik niet beter wist zou ik denken naar een vergeten opname van Bowie te luisteren en in het titel nummer "Big Cat Love" krijg ik een lekker klinkende glamrock song te horen, die me aan de muziek van bands als Mud en Showaddywaddy doet denken en ook dit nummer swingt.
Dan schotelt de band me "Just A Kiss At The Starting Line" voor, waarin ik een uitstekende pop song in de stijl van een Bruce Springsteen nummer hoor, die gevolgd wordt door "Super Glam" en zoals de titel al doet vermoeden is dit een schitterende glamrock song, waarbij het onmogelijk is stil te blijven zitten en ik de neiging krijg om mee te gaan zingen.
Het uptempo "Aim For The Heart" klinkt als een nummer van The Sweet ten tijde van "Desolation Boulevard", dus gewoon geweldig en "Blame It On The Brandy" is een heerlijk swingende powerrock song.
Vervolgens hoor ik "Live To Tell", waarin de band me een prima stukje rock voorschotelt, waarin invloeden van David Bowie zitten en in het laatste nummer, "Stairs To Nowhere" laat de band me genieten van een swingende uptempo rock song, die het midden houdt tussen glam- en powerrock.
Smash Fashion heeft me met het album "Big Cat Love" aangenaam weten te verrassen en me even teruggevoerd naar halverwege de jaren 70, toen de glamrock op zijn hoogtepunt was en ik kan iedere rock liefhebber dan ook aanraden, dit heerlijke album eens te gaan beluisteren.
Review: The Alvaret Ensemble - Skeylja (Denovali Records, 2014) (Avant Garde)
The Alvaret Ensemble is een collectief van muzikanten, uit Berlijn, Duitsland en Leeuwarden, Nederland, die geïmproviseerde muziek spelen en de leden van de band zijn: Graig Haines - piano, die in Berlijn, Duitsland woont, concerten over de hele wereld speelde, muziek maakte, dat door het Nederlandse nationale ballet en Holland Symfonia uitgevoerd werd en zijn muziek uitgebracht zag worden door Miamash, Preservation en Sonic Pieces.
De Nederlanders Jan Kleefstra - zang en gedichten en Romke Kleefstra - sologitaar en effecten en deze broers zijn leden van de improvisatie band Pijptsjilling en werkten verder mee aan talloze releases van andere artiesten en bands zoals: Graig Haines, Sytze Pruiksma, Anne Chris Bakker, Gareth Davis, Peter Broderick, Nils Frahm, Machinefabriek en Celer.
Sytze Pruiksma - percussie, eveneens uit Nederland, die behalve componist en geluidsartiest ook vogelaar is en traditionele klassieke percussie opleiding deed aan het Amsterdams conservatorium.
Nadat hij onder andere bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest en het Nederlands Filharmonisch Orkest percussie speelde, begon hij met het maken van zijn solo projecten en ontwikkelde daarin een geheel eigen stijl, daarbij geïnspireerd door natuur, vogels en landschappen.
Op hun nieuwe album "Skeylja" spelen de IJslanders: Kira Kira - zang en elektronica, Eiríkur Orri Ólafsson - trompet en elektronica, Ingi Garðar Erlendsson - tuba, trombone en thranophone en Borgar Magnason - contrabas als gastmuzikanten mee, plus het 33 1/3 Collective, een groep visuele artiesten, dat bestaat uit: Douwe Dijkstra, Jules Van Hulst en Coen Huisman.
De opnamen van het Oerol project "Skeylja", een combinatie van het Friese woord Skylge (Terschelling) en het IJslandse woord Eyjan (IJsland), begonnen in maart 2012 als opvolgend project voor "Seeljocht", het succesvolle Artists In Residence project uit 2011 voor het Nederlandse muziek festival "Into the Great Wide Open”, dat op het eiland Vlieland werd gehouden.
Het Oerol project brengt de muziek van Nederland naar IJsland en van IJsland naar Nederland en in juni 2012 werd "Skeylja" 9 dagen op het Nederlandse eiland Terschelling opgevoerd tijdens het Oerol festival, waarbij elke voorstelling uitverkocht was en alle uitvoeringen opgenomen werden.
In de Electricity Works studio van Graig Haines te Berlijn werd van die opnamen een selectie gemaakt en na 2 jaar selecteren en mixen is het resultaat daarvan te beluisteren via dit nieuwe album.
"Skeylja" bevat 8 nummers, waarvan "Hoarn" de eerste is en hierin krijg ik een rustig begin te horen, waarin de trompet op subtiele wijze wordt bespeeld en de voordracht van Jan er voorzichtig bijgevoegd wordt, maar daarna gaat het roer om en speelt het ensemble geïmproviseerde heftige experimentele klanken om tegen het eind terug te keren naar een rustig geheel.
Het volgende nummer heet "Aaster", waarin opnieuw rustig wordt begonnen, maar al snel zwelt de muziek aan en krijg ik een heerlijke experimentele mix van diverse instrumenten te horen, waar een enkele woord aan toe is gevoegd.
Het vervolg van het nummer heet "Sjouw" en daarin gaat het ensemble verder met het maken van hun spannende geïmproviseerde muziek, waarbij ik met gespitste oren op het puntje van mijn stoel zit, om maar niets van het geheel te missen.
Vervolgens gaat dit nummer verder in "Duunt" en hierin wordt een gedicht voorgedragen en wordt de muziek in een stukje rustiger, waarna "Kleifarvatn" volgt, een nummer waarin ook nu weer een voordracht wordt gegeven en de muziek aanzwellend gespeeld wordt, waardoor het geheel iets dramatisch over zich krijgt (luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie), maar in "Selvatn" keert de muziek terug naar een minder heftig spel en krijg ik weer een voordracht te horen, die begeleidt wordt door rustig muziekspel.
Ook in "Hafravatn" gaat het ensemble verder met het maken van hun schitterende geïmproviseerde muziek, die in dit nummer lichtelijk bombastisch klinkt en vrij experimenteel is en naar het einde toe zelfs lieflijk.
In het laatste nummer, getiteld "Borgavatn" krijg ik een schitterend nummer te horen, waarin een gedicht gedeclareerd wordt onder begeleiding van rustige piano klanken, die het album op waardige wijze afsluiten.
Net als op hun debuut album is The Alvaret Ensemble er in geslaagd een spannend stuk muziek te maken, waar ik met mijn volledige aandacht bij moest zijn, om er maar geen moment van te missen en waarvan ik met volle teugen heb genoten.
Ik kan "Skeylja" dan ook van harte aanbevelen aan hen, die van een intens en geïmproviseerd stuk muziek houden.
De Nederlanders Jan Kleefstra - zang en gedichten en Romke Kleefstra - sologitaar en effecten en deze broers zijn leden van de improvisatie band Pijptsjilling en werkten verder mee aan talloze releases van andere artiesten en bands zoals: Graig Haines, Sytze Pruiksma, Anne Chris Bakker, Gareth Davis, Peter Broderick, Nils Frahm, Machinefabriek en Celer.
Sytze Pruiksma - percussie, eveneens uit Nederland, die behalve componist en geluidsartiest ook vogelaar is en traditionele klassieke percussie opleiding deed aan het Amsterdams conservatorium.
Nadat hij onder andere bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest en het Nederlands Filharmonisch Orkest percussie speelde, begon hij met het maken van zijn solo projecten en ontwikkelde daarin een geheel eigen stijl, daarbij geïnspireerd door natuur, vogels en landschappen.
Op hun nieuwe album "Skeylja" spelen de IJslanders: Kira Kira - zang en elektronica, Eiríkur Orri Ólafsson - trompet en elektronica, Ingi Garðar Erlendsson - tuba, trombone en thranophone en Borgar Magnason - contrabas als gastmuzikanten mee, plus het 33 1/3 Collective, een groep visuele artiesten, dat bestaat uit: Douwe Dijkstra, Jules Van Hulst en Coen Huisman.
De opnamen van het Oerol project "Skeylja", een combinatie van het Friese woord Skylge (Terschelling) en het IJslandse woord Eyjan (IJsland), begonnen in maart 2012 als opvolgend project voor "Seeljocht", het succesvolle Artists In Residence project uit 2011 voor het Nederlandse muziek festival "Into the Great Wide Open”, dat op het eiland Vlieland werd gehouden.
Het Oerol project brengt de muziek van Nederland naar IJsland en van IJsland naar Nederland en in juni 2012 werd "Skeylja" 9 dagen op het Nederlandse eiland Terschelling opgevoerd tijdens het Oerol festival, waarbij elke voorstelling uitverkocht was en alle uitvoeringen opgenomen werden.
In de Electricity Works studio van Graig Haines te Berlijn werd van die opnamen een selectie gemaakt en na 2 jaar selecteren en mixen is het resultaat daarvan te beluisteren via dit nieuwe album.
"Skeylja" bevat 8 nummers, waarvan "Hoarn" de eerste is en hierin krijg ik een rustig begin te horen, waarin de trompet op subtiele wijze wordt bespeeld en de voordracht van Jan er voorzichtig bijgevoegd wordt, maar daarna gaat het roer om en speelt het ensemble geïmproviseerde heftige experimentele klanken om tegen het eind terug te keren naar een rustig geheel.
Het volgende nummer heet "Aaster", waarin opnieuw rustig wordt begonnen, maar al snel zwelt de muziek aan en krijg ik een heerlijke experimentele mix van diverse instrumenten te horen, waar een enkele woord aan toe is gevoegd.
Het vervolg van het nummer heet "Sjouw" en daarin gaat het ensemble verder met het maken van hun spannende geïmproviseerde muziek, waarbij ik met gespitste oren op het puntje van mijn stoel zit, om maar niets van het geheel te missen.
Vervolgens gaat dit nummer verder in "Duunt" en hierin wordt een gedicht voorgedragen en wordt de muziek in een stukje rustiger, waarna "Kleifarvatn" volgt, een nummer waarin ook nu weer een voordracht wordt gegeven en de muziek aanzwellend gespeeld wordt, waardoor het geheel iets dramatisch over zich krijgt (luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie), maar in "Selvatn" keert de muziek terug naar een minder heftig spel en krijg ik weer een voordracht te horen, die begeleidt wordt door rustig muziekspel.
Ook in "Hafravatn" gaat het ensemble verder met het maken van hun schitterende geïmproviseerde muziek, die in dit nummer lichtelijk bombastisch klinkt en vrij experimenteel is en naar het einde toe zelfs lieflijk.
In het laatste nummer, getiteld "Borgavatn" krijg ik een schitterend nummer te horen, waarin een gedicht gedeclareerd wordt onder begeleiding van rustige piano klanken, die het album op waardige wijze afsluiten.
Net als op hun debuut album is The Alvaret Ensemble er in geslaagd een spannend stuk muziek te maken, waar ik met mijn volledige aandacht bij moest zijn, om er maar geen moment van te missen en waarvan ik met volle teugen heb genoten.
Ik kan "Skeylja" dan ook van harte aanbevelen aan hen, die van een intens en geïmproviseerd stuk muziek houden.
Review: The Re-Stoned - Totems (R.A.I.G., 2014) (Stonerrock)
Componist, gitarist en multi-instrumentalist Ilya Lipkin begon zijn muzikale carrière in diverse lokale bands, waaronder de legendarische dark-folk act Neutral en het avant-garde trio Yarche-1000-Solnts, voordat hij in 2003 zijn eigen akoestische Neo-folk ensemble Waldsone vormde.
In 2008 richtte hij te Moskou, Rusland, de band The Re-Stoned op samen met basgitarist Vladimir Nikulin en drummer Andrei Pankratov, waarin de band een muzikale combinatie maakt van spacerock, blues, psychedelische rock en power rock met melodische muzieklijnen in zeventiger jaren stijl.
Hun debuut EP "Return To The Reptiles", die in de repetitieruimte van de band werd opgenomen, werd in 2009 uitgebracht via het R.A.I.G. label in een zeer beperkte hand genummerde oplage van 100 stuks met daarop 4 nummers, waarvan er 2 op de eerste volledige CD, "Revealed Gravitation" uit 2010, in een vernieuwde versie terecht kwamen, die eveneens via R.A.I.G. verscheen.
Ook de CD "Analog" uit 2011 kwam via dat zelfde label op de markt en hun volgende product, "Plasma" uit 2012, werd eveneens via dat label uitgebracht.
Op "Plasma" is er één en ander veranderd in de band, want Vladimir en Andrei spelen hierop niet meer mee en Ilya heeft daarom zelf de bas partijen ingespeeld, terwijl er diverse gast muzikanten aan meewerken en ook op "Re-Session V.2" uit 2013 is de band bezetting anders en speelt Ilya samen met Vasily Bartov - drums, Glenda Pescado - basgitaar en Pete Bingham - sologitaar.
Op het nieuwe album "Totems", dat in 2014, precies een jaar na "Re-Session V.2" is uitgebracht, is de bezetting opnieuw anders.
Op "Totems", dat zowel op CD als in een gelimiteerde oplage van 400 stuks zwart en 100 stuks gekleurd vinyl (via Headspin Records) is verschenen, bestaat de band uit: Ilya Lipkin - sologitaar, basgitaar, shamaanse drum, mandola, mondharp en zang, Alexander Romanov - basgitaar, Vladimir Muchnov - drums, Evgeny (Rasputin) Tkachev - percussie en Nikolay (Mikola) Fedotov - didgeridoo, terwijl Kent Stump van de band Wo Fat in 1 nummer sologitaar speelt als gast muzikant.
De LP bevat 8 nummers, waarvan er 1 niet op de CD staat, terwijl de CD 9 nummers heeft, waarvan er 2 niet op de LP staan en ook het hoesontwerp verschilt van elkaar.
De CD start met "Fire Bear", waarin ik een vrij stevig instrumentaal stonerrock nummer te horen krijg met hardrock invloeden, dat in een gemiddeld tempo gespeeld wordt en enkele prima tempowisselingen bevat.
Daarna gaat de band verder met "Hypnosis" en ook dit schitterende stonerrock nummer wordt in een niet al te hoog tempo gespeeld, maar door een repeterend ritme te spelen, weet de band me in een lichte trance te brengen, dat tegen het einde verandert in een experimenteler stukje muziek.
In "Chakras" wordt met de didgeridoo begonnen, waarna de rest van de band in valt en hoor ik een lekker swingend nummer met een licht hypnotiserend ritme en in "Old Times" laat de band me opnieuw een swingend instrumentaal nummer horen, waarin het moeilijk is stil te blijven zitten.
Dan hoor ik "Melting Stones" en daarin laat de band me een heerlijk stukje muziek horen, waarin lichtelijk blues invloeden te bespeuren zijn.
Vervolgens gaat de band verder met "The Barbarian Hymn", waarin opnieuw met de didgeridoo gestart wordt, maar deze worden al snel verdrongen door stevige stonerrock klanken, die in een hypnotiserend ritme, vermengd met didgeridoo geluiden, mijn gehoorgang in gespeeld worden, om afgesloten te worden door het geluid van de mondharp.
Het volgende nummer heet "Shaman" en ook nu weer laat de band me een uitstekend mix van stoner- en hardrock horen, dat in een aanstekelijk ritme gespeeld wordt en gevolgd wordt door "Sleepwalker", waarin ik een vrij rustig melodisch nummer te horen krijg, waarna het laatste nummer "Violet Harmonics" volgt.
In dit nummer krijg ik een licht experimenteel, met zware eentonige klanken voorzien, psychedelisch stukje muziek voorgeschoteld, dat vergezeld van een hypnotiserend ritme, me in een lichte trance brengt en wat mij betreft het beste nummer van de CD is. (Luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
The Re-Stoned heeft me met "Totems" opnieuw weten te overtuigen van hun geweldige muzikale kwaliteiten door een geweldige CD te maken, die me van begin tot einde heeft geboeid en ik kan deze dan ook van harte aanbevelen aan elke liefhebber van dit genre.
In 2008 richtte hij te Moskou, Rusland, de band The Re-Stoned op samen met basgitarist Vladimir Nikulin en drummer Andrei Pankratov, waarin de band een muzikale combinatie maakt van spacerock, blues, psychedelische rock en power rock met melodische muzieklijnen in zeventiger jaren stijl.
Hun debuut EP "Return To The Reptiles", die in de repetitieruimte van de band werd opgenomen, werd in 2009 uitgebracht via het R.A.I.G. label in een zeer beperkte hand genummerde oplage van 100 stuks met daarop 4 nummers, waarvan er 2 op de eerste volledige CD, "Revealed Gravitation" uit 2010, in een vernieuwde versie terecht kwamen, die eveneens via R.A.I.G. verscheen.
Ook de CD "Analog" uit 2011 kwam via dat zelfde label op de markt en hun volgende product, "Plasma" uit 2012, werd eveneens via dat label uitgebracht.
Op "Plasma" is er één en ander veranderd in de band, want Vladimir en Andrei spelen hierop niet meer mee en Ilya heeft daarom zelf de bas partijen ingespeeld, terwijl er diverse gast muzikanten aan meewerken en ook op "Re-Session V.2" uit 2013 is de band bezetting anders en speelt Ilya samen met Vasily Bartov - drums, Glenda Pescado - basgitaar en Pete Bingham - sologitaar.
Op het nieuwe album "Totems", dat in 2014, precies een jaar na "Re-Session V.2" is uitgebracht, is de bezetting opnieuw anders.
Op "Totems", dat zowel op CD als in een gelimiteerde oplage van 400 stuks zwart en 100 stuks gekleurd vinyl (via Headspin Records) is verschenen, bestaat de band uit: Ilya Lipkin - sologitaar, basgitaar, shamaanse drum, mandola, mondharp en zang, Alexander Romanov - basgitaar, Vladimir Muchnov - drums, Evgeny (Rasputin) Tkachev - percussie en Nikolay (Mikola) Fedotov - didgeridoo, terwijl Kent Stump van de band Wo Fat in 1 nummer sologitaar speelt als gast muzikant.
De LP bevat 8 nummers, waarvan er 1 niet op de CD staat, terwijl de CD 9 nummers heeft, waarvan er 2 niet op de LP staan en ook het hoesontwerp verschilt van elkaar.
De CD start met "Fire Bear", waarin ik een vrij stevig instrumentaal stonerrock nummer te horen krijg met hardrock invloeden, dat in een gemiddeld tempo gespeeld wordt en enkele prima tempowisselingen bevat.
Daarna gaat de band verder met "Hypnosis" en ook dit schitterende stonerrock nummer wordt in een niet al te hoog tempo gespeeld, maar door een repeterend ritme te spelen, weet de band me in een lichte trance te brengen, dat tegen het einde verandert in een experimenteler stukje muziek.
In "Chakras" wordt met de didgeridoo begonnen, waarna de rest van de band in valt en hoor ik een lekker swingend nummer met een licht hypnotiserend ritme en in "Old Times" laat de band me opnieuw een swingend instrumentaal nummer horen, waarin het moeilijk is stil te blijven zitten.
Dan hoor ik "Melting Stones" en daarin laat de band me een heerlijk stukje muziek horen, waarin lichtelijk blues invloeden te bespeuren zijn.
Vervolgens gaat de band verder met "The Barbarian Hymn", waarin opnieuw met de didgeridoo gestart wordt, maar deze worden al snel verdrongen door stevige stonerrock klanken, die in een hypnotiserend ritme, vermengd met didgeridoo geluiden, mijn gehoorgang in gespeeld worden, om afgesloten te worden door het geluid van de mondharp.
Het volgende nummer heet "Shaman" en ook nu weer laat de band me een uitstekend mix van stoner- en hardrock horen, dat in een aanstekelijk ritme gespeeld wordt en gevolgd wordt door "Sleepwalker", waarin ik een vrij rustig melodisch nummer te horen krijg, waarna het laatste nummer "Violet Harmonics" volgt.
In dit nummer krijg ik een licht experimenteel, met zware eentonige klanken voorzien, psychedelisch stukje muziek voorgeschoteld, dat vergezeld van een hypnotiserend ritme, me in een lichte trance brengt en wat mij betreft het beste nummer van de CD is. (Luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
The Re-Stoned heeft me met "Totems" opnieuw weten te overtuigen van hun geweldige muzikale kwaliteiten door een geweldige CD te maken, die me van begin tot einde heeft geboeid en ik kan deze dan ook van harte aanbevelen aan elke liefhebber van dit genre.
Review: Manny Ribera - Manny Ribera (Transubstans, 2014) (Hardrock)
Manny Ribera werd begin 2010 te Enköping, Zweden, opgericht, nadat Peter Larsson - zang en sologitaar, Daniel Andersson - basgitaar en zang, Joakim Sörman - sologitaar en Andreas Lindqvist - drums samen gingen jammen en besloten een band te vormen, die ze Manny Ribera noemden.
De bandleden hebben zich muzikaal laten beïnvloeden door de hardrock muziek van bands uit de jaren 70, 80, 90 en 00, waaruit ze verschillende stijlen tot één geheel hebben gesmeed.
Hun debuut album "Manny Ribera" verschijnt in juni 2014 via het Transubstans label en bevat 11 nummers.
Het eerste nummer van de CD heet "Into The Great Unknown" en vanaf de begin tonen weet ik, wat ik van deze band kan verwachten en dat is stevige hardrock, die op een vrij heftige manier gespeeld wordt en op Amerikaanse leest geschoeid is.
Daarna krijg ik "Kissed The Sun" te horen en ook dit is een lekker in het gehoor klinkende hardrock song, die gevolgd wordt door "Make Sure Not To Fall", waarin de band me een heel ander geluid laat horen, want hierin speelt Manny Ribera een geweldige rustige, maar vrij zware, progressieve stoner song.
In "If I Lose" krijg ik weer een stevige hardrock song te horen en in "Stop & Pray" gaat de band de kant van de pop muziek op en laat me een commerciële song horen, waarmee ze naar mijn mening op de hitparade mikken.
Dan hoor ik "Lagerboy" en hierin schotelt de band me opnieuw een uitstekend stukje hardrock voor (luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie), waarna ik "The King Of Rock" te horen krijg, dat met een lekker zwaar ritme begint, maar het nummer verandert al snel in een vrij gewoon klinkende goede hardrock song.
Met "Superficial Gun" laat de band me weer een commerciëlere rock song horen en dit nummer swingt als een trein, waarna "Walk Alone" volgt en hierin verrast de band me door een ballad te spelen.
"Dead Eyes" is een lekker klinkende hardrock song met lichte blues invloeden, die vrij commercieel klinkt en waarin het tempo gemiddeld te noemen is en in de afsluitende song "Straitjacket On" krijg ik een uitstekende vrij zware hardrock song te horen, waarin enkele prima tempowisselingen zitten.
Hoewel de debuut CD van Manny Ribera enkele commercieel klinkende songs bevat, staat het vol van uitstekende hardrock songs en ik kan de CD dan ook van harte aan bevelen bij liefhebbers van dit genre.
De bandleden hebben zich muzikaal laten beïnvloeden door de hardrock muziek van bands uit de jaren 70, 80, 90 en 00, waaruit ze verschillende stijlen tot één geheel hebben gesmeed.
Hun debuut album "Manny Ribera" verschijnt in juni 2014 via het Transubstans label en bevat 11 nummers.
Het eerste nummer van de CD heet "Into The Great Unknown" en vanaf de begin tonen weet ik, wat ik van deze band kan verwachten en dat is stevige hardrock, die op een vrij heftige manier gespeeld wordt en op Amerikaanse leest geschoeid is.
Daarna krijg ik "Kissed The Sun" te horen en ook dit is een lekker in het gehoor klinkende hardrock song, die gevolgd wordt door "Make Sure Not To Fall", waarin de band me een heel ander geluid laat horen, want hierin speelt Manny Ribera een geweldige rustige, maar vrij zware, progressieve stoner song.
In "If I Lose" krijg ik weer een stevige hardrock song te horen en in "Stop & Pray" gaat de band de kant van de pop muziek op en laat me een commerciële song horen, waarmee ze naar mijn mening op de hitparade mikken.
Dan hoor ik "Lagerboy" en hierin schotelt de band me opnieuw een uitstekend stukje hardrock voor (luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie), waarna ik "The King Of Rock" te horen krijg, dat met een lekker zwaar ritme begint, maar het nummer verandert al snel in een vrij gewoon klinkende goede hardrock song.
Met "Superficial Gun" laat de band me weer een commerciëlere rock song horen en dit nummer swingt als een trein, waarna "Walk Alone" volgt en hierin verrast de band me door een ballad te spelen.
"Dead Eyes" is een lekker klinkende hardrock song met lichte blues invloeden, die vrij commercieel klinkt en waarin het tempo gemiddeld te noemen is en in de afsluitende song "Straitjacket On" krijg ik een uitstekende vrij zware hardrock song te horen, waarin enkele prima tempowisselingen zitten.
Hoewel de debuut CD van Manny Ribera enkele commercieel klinkende songs bevat, staat het vol van uitstekende hardrock songs en ik kan de CD dan ook van harte aan bevelen bij liefhebbers van dit genre.
maandag 19 mei 2014
Review: The Galileo 7 - False Memory Lane (Fool's Paradise, 2014) (Beat)
Allan Crockford - zang en sologitaar is de oprichter van de band The Galileo 7, die naar een episode van Star Trek is genoemd.
Hij was eerder actief in andere bands en enkele daarvan heten, The Solarflares, The Prisoners, JTQ en Thee Headcoats en hij maakt ook deel uit van de band Graham Day & The Forefathers.
Samen met Viv Bonsels - orgel en zang, Mole Brooks - basgitaar en zang en Russ Baxter - drums vormt hij The Galileo 7, die uit Medway, Londen, Engeland komt.
Eerder werden er 2 albums uitgebracht; In 2010 was dat "Are We Having Fun Yet?" via Misty Lane Records en in 2012 "Staring At The Sound" via State Records.
Het nieuwe album verschijnt op het eigen Fool's Paradise label op zowel vinyl, CD en als download, waarbij opgemerkt kan worden, dat de bij vinyl versie een CD met 3 nummers, die niet meer op de LP pasten, is bijgevoegd, plus een download code.
"False Memory Lane" bevat totaal 14 nummers, waarvan de eerste "Don't Follow Me" heet en hierin hoor ik de band een uitstekende uptempo beat song spelen, waarin licht psychedelische invloeden zitten, die gevolgd wordt door "My Cover Is Blown", waarin de muziek al een stukje psychedelischer klinkt en verscheidene tempowisselingen bevat, waardoor het ritme op en neer golft.
Daarna krijg ik "You're Not Dreaming" te horen en daarin speelt de band een song in de stijl van "Staring At The Sound", dat wil zeggen een heerlijke aanstekelijke pop song.
Dan volgt de titelsong "False Memory Lane", een lekker klinkende beat song, waarin gebruik van strijkers gemaakt wordt en die uitstekende samenzang bevat en de muziek me aan die van The Hollies doet denken. (luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
In "Noboldy Told You" krijg ik weer zo'n heerlijke vrolijke aanstekelijke song te horen, waarbij het onmogelijk is stil te blijven zitten, waarna "Don't Know What I'm Waiting For" volgt en hierin laat de band me een schitterende swingende uptempo song horen, die me aan de muziek van The Dickies doet denken.
Met "I'm Still Here" krijg ik opnieuw een prachtige, naar zestiger jaren klinkende, beat song te horen, waarin een hoog mee zing gehalte zit.
Vervolgens krijg ik "Tide's Rising" te horen en ook in deze song laat de band me horen een prima stukje beat te kunnen maken, die ijzersterke samenzang bevat en in "Fools" verrast de band me op een fantastische psychedelische pop song, waarin invloeden van de muziek van The Beatles te horen zijn.
"Don't Want To Know" is een lekker klinkende uptempo beat song, die me door het opgewekte ritme aan zet tot dansen en "Little By Little", het laatste nummer van de LP, een schitterende psychedelische pop song.
Dan volgen de bonus nummers van de CD, waarvan "Blank Spot" de eerste is en hierin hoor ik de band een swingende, zestiger jaren gerelateerde, pop song spelen in een aanstekelijk dansbaar ritme.
De volgende song heet "Over And Over" en daarin krijg ik opnieuw een uitstekende uptempo beat song te horen, waarin deze keer subtiele invloeden van de muziek van The Who te horen zijn en in het allerlaatste nummer, getiteld "Reynard The Fox" schotelt de band me fantastische licht psychedelische garagerock pop song voor, die swingt als een trein.
The Galileo 7 heeft met "False Memory Lane" een uitstekend album gemaakt, waar ik met veel plezier naar heb geluisterd en me voor even terug in de jaren 60 waande, waardoor ik deze plaat dan ook van harte kan aanbevelen aan iedere zestiger jaren muziek liefhebber.
Hij was eerder actief in andere bands en enkele daarvan heten, The Solarflares, The Prisoners, JTQ en Thee Headcoats en hij maakt ook deel uit van de band Graham Day & The Forefathers.
Samen met Viv Bonsels - orgel en zang, Mole Brooks - basgitaar en zang en Russ Baxter - drums vormt hij The Galileo 7, die uit Medway, Londen, Engeland komt.
Eerder werden er 2 albums uitgebracht; In 2010 was dat "Are We Having Fun Yet?" via Misty Lane Records en in 2012 "Staring At The Sound" via State Records.
Het nieuwe album verschijnt op het eigen Fool's Paradise label op zowel vinyl, CD en als download, waarbij opgemerkt kan worden, dat de bij vinyl versie een CD met 3 nummers, die niet meer op de LP pasten, is bijgevoegd, plus een download code.
"False Memory Lane" bevat totaal 14 nummers, waarvan de eerste "Don't Follow Me" heet en hierin hoor ik de band een uitstekende uptempo beat song spelen, waarin licht psychedelische invloeden zitten, die gevolgd wordt door "My Cover Is Blown", waarin de muziek al een stukje psychedelischer klinkt en verscheidene tempowisselingen bevat, waardoor het ritme op en neer golft.
Daarna krijg ik "You're Not Dreaming" te horen en daarin speelt de band een song in de stijl van "Staring At The Sound", dat wil zeggen een heerlijke aanstekelijke pop song.
Dan volgt de titelsong "False Memory Lane", een lekker klinkende beat song, waarin gebruik van strijkers gemaakt wordt en die uitstekende samenzang bevat en de muziek me aan die van The Hollies doet denken. (luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
In "Noboldy Told You" krijg ik weer zo'n heerlijke vrolijke aanstekelijke song te horen, waarbij het onmogelijk is stil te blijven zitten, waarna "Don't Know What I'm Waiting For" volgt en hierin laat de band me een schitterende swingende uptempo song horen, die me aan de muziek van The Dickies doet denken.
Met "I'm Still Here" krijg ik opnieuw een prachtige, naar zestiger jaren klinkende, beat song te horen, waarin een hoog mee zing gehalte zit.
Vervolgens krijg ik "Tide's Rising" te horen en ook in deze song laat de band me horen een prima stukje beat te kunnen maken, die ijzersterke samenzang bevat en in "Fools" verrast de band me op een fantastische psychedelische pop song, waarin invloeden van de muziek van The Beatles te horen zijn.
"Don't Want To Know" is een lekker klinkende uptempo beat song, die me door het opgewekte ritme aan zet tot dansen en "Little By Little", het laatste nummer van de LP, een schitterende psychedelische pop song.
Dan volgen de bonus nummers van de CD, waarvan "Blank Spot" de eerste is en hierin hoor ik de band een swingende, zestiger jaren gerelateerde, pop song spelen in een aanstekelijk dansbaar ritme.
De volgende song heet "Over And Over" en daarin krijg ik opnieuw een uitstekende uptempo beat song te horen, waarin deze keer subtiele invloeden van de muziek van The Who te horen zijn en in het allerlaatste nummer, getiteld "Reynard The Fox" schotelt de band me fantastische licht psychedelische garagerock pop song voor, die swingt als een trein.
The Galileo 7 heeft met "False Memory Lane" een uitstekend album gemaakt, waar ik met veel plezier naar heb geluisterd en me voor even terug in de jaren 60 waande, waardoor ik deze plaat dan ook van harte kan aanbevelen aan iedere zestiger jaren muziek liefhebber.
Review: Conqueror - Stems (MaRaCash Records, 2014) (Symfonisch)
"Stems" is het vijfde album van de Italiaanse symfonische rock band Conqueror en de opvolger van het in 2010 verschenen album "Madame Zelle".
De band bracht verder nog de EP "sprazzi Di Luce" (2009) en de CD's "74 Giorni" (2007), "Storie Fuori Dal Tempo" (2005) en "Istinto" (2003) uit en verscheen op diverse tribuut CD's met een nummer.
Tegenwoordig bestaat de band nog uit 4 personen, want Sabrina Rigano – fluit / saxofoon, Mario Pollino – sologitaar en Gianluca Villa – basgitaar zitten niet meer in de band en zijn vervangen door Ture Pagano en Peppe Papa, zodat de band momenteel bestaat uit: Simona Rigano – zang / synthesizer, Natale Russo – drums / percussie, Ture Pagano - sologitaar en Peppe Papa - basgitaar.
De CD "Stems", die via het Ma Ra Cash Records label is uitgebracht, de eerste in de nieuwe formatie, bevat 8 nummers en start met "Gina", waarin ik een heerlijke progressieve symfonische rock song te horen krijg, die diverse uitstekende tempowisselingen bevat, waardoor de band het bijna 11 minuten durende nummer spannend weet te houden.
Daarna krijg ik "Di Notte" voorgeschoteld en hierin laat de band me genieten van een schitterende symfonische rock song, waarin ook nu weer enkele prima tempowisselingen zitten en de band overschakelt van rustig naar sneller om vervolgens terug te komen in het ritme waarmee de song begon.
Dan volgt "False Idee", dat tot halverwege het nummer instrumentaal gespeeld wordt, waarna de zang van Simona er bij komt en het nummer verandert in een prachtige mix van pop en symfonische rock.
In "Un' Altra Realtà" krijg ik opnieuw een heerlijke mix van pop en rock te horen met daarin diverse tempowisselingen, die swingt als een trein en in het fantastische "Sole Al Buio" hoor ik de band rustig beginnen en wordt het nummer rustig verder opgebouwd tot een vrij stevige song met invloeden uit de hardrock, waarna de band de muziek terug brengt naar het rustige tempo om de song op die manier af te sluiten.
Met "C'est La Vie" krijg ik een swingende uptempo song te horen, die subtiele hardrock en folk invloeden bevat en met "Sigurtà" laat de band me weer genieten van een uitstekende swingend symfonische song, waar verscheidene tempowisselingen in zitten.
Het laatste nummer van de CD heet "Echi Di Verità" en ook nu hoor ik de band in dezelfde formule hun schitterende muziek spelen, die lekker en afwisselend klinkt.
Conqueror heeft met "Stems" een fantastische CD gemaakt, waar ik met volle teugen van genoten heb, vol staat met afwisselende symfonische rock en technisch van hoogstaande kwaliteit is, waardoor dit een aanrader voor iedere symfonische rock liefhebber is. (luister naar een live uitvoering van de band via de youtube link onder de recensie)
De band bracht verder nog de EP "sprazzi Di Luce" (2009) en de CD's "74 Giorni" (2007), "Storie Fuori Dal Tempo" (2005) en "Istinto" (2003) uit en verscheen op diverse tribuut CD's met een nummer.
Tegenwoordig bestaat de band nog uit 4 personen, want Sabrina Rigano – fluit / saxofoon, Mario Pollino – sologitaar en Gianluca Villa – basgitaar zitten niet meer in de band en zijn vervangen door Ture Pagano en Peppe Papa, zodat de band momenteel bestaat uit: Simona Rigano – zang / synthesizer, Natale Russo – drums / percussie, Ture Pagano - sologitaar en Peppe Papa - basgitaar.
De CD "Stems", die via het Ma Ra Cash Records label is uitgebracht, de eerste in de nieuwe formatie, bevat 8 nummers en start met "Gina", waarin ik een heerlijke progressieve symfonische rock song te horen krijg, die diverse uitstekende tempowisselingen bevat, waardoor de band het bijna 11 minuten durende nummer spannend weet te houden.
Daarna krijg ik "Di Notte" voorgeschoteld en hierin laat de band me genieten van een schitterende symfonische rock song, waarin ook nu weer enkele prima tempowisselingen zitten en de band overschakelt van rustig naar sneller om vervolgens terug te komen in het ritme waarmee de song begon.
Dan volgt "False Idee", dat tot halverwege het nummer instrumentaal gespeeld wordt, waarna de zang van Simona er bij komt en het nummer verandert in een prachtige mix van pop en symfonische rock.
In "Un' Altra Realtà" krijg ik opnieuw een heerlijke mix van pop en rock te horen met daarin diverse tempowisselingen, die swingt als een trein en in het fantastische "Sole Al Buio" hoor ik de band rustig beginnen en wordt het nummer rustig verder opgebouwd tot een vrij stevige song met invloeden uit de hardrock, waarna de band de muziek terug brengt naar het rustige tempo om de song op die manier af te sluiten.
Met "C'est La Vie" krijg ik een swingende uptempo song te horen, die subtiele hardrock en folk invloeden bevat en met "Sigurtà" laat de band me weer genieten van een uitstekende swingend symfonische song, waar verscheidene tempowisselingen in zitten.
Het laatste nummer van de CD heet "Echi Di Verità" en ook nu hoor ik de band in dezelfde formule hun schitterende muziek spelen, die lekker en afwisselend klinkt.
Conqueror heeft met "Stems" een fantastische CD gemaakt, waar ik met volle teugen van genoten heb, vol staat met afwisselende symfonische rock en technisch van hoogstaande kwaliteit is, waardoor dit een aanrader voor iedere symfonische rock liefhebber is. (luister naar een live uitvoering van de band via de youtube link onder de recensie)
Abonneren op:
Posts (Atom)









