maandag 24 februari 2014

Review: Will Z. - 12 Visions (Anazitisi Records/69 Watt, 2013) (Psychedelische Folk)

Nadat Will Z., één van de oprichters van de Belgische band Cosmic Trip Machine, in november 2011 klaar was met de co-productie van "The Book Of Am" van de band Can Am Des Puig , waarvan co-producers Juan Arkotxa en Leslie MacKenzie deel uitmaakten, ontdekte hij, dat hij voor zijn nieuwe soloproject ook zulke muziek wilde maken.
Gedurende een maand componeerde hij minstens elke dag een nummer, waardoor hij de naam "Daily Visions" als titel voor zijn nieuw solo album bedacht.
In diezelfde tijd las hij het boek The Twelve Philosophical Keys, dat door Basil Valentine geschreven werd en door Michel Maier geïllustreerd is.
Toen het tijd was om verder te gaan met het maken van zijn demo's, kwam hij geïnspireerd door het boek van Basil Valentine, op de titel "12 Visions", zoals  het album zou moeten gaan heten.
De eerste sessie voor de plaat was op 3 november 2011, waarin 3 demo's tot een compleet nummer werden verwerkt.
In 2012 ging Will met zijn vriendin naar Mallorca, waar hij eerder met Juan en Leslie werkte en schreef daar enkele songs voor zijn project.
Later in dat jaar verdiepte hij zich in een boek over satanisme, waardoor zijn muziek een stuk duisterder werd en de song "Hermetic Spell", die hij met zijn band Cosmic Trip Machine  voor zijn solo album opnam, is daar het resultaat van.
Nadat hij de muziek van Engelse folk band The Trees ("The Garden of Jane Delawney", 1970 en "On The Shore", 1970) en van zangeres Judee Sill, die in 1971 de geweldige single "Jesus Was A Cross Maker" uitbracht, had ontdekt, besloot hij ook muziek in die stijl op te nemen.
In april 2013 legde hij de laatste hand aan het album, waarop: Majnum - sitar, sologitaar en akoestische gitaar, Og - glissando gitaar en achtergrond zang (beide in "Travelin'"), Alice Artaud - zang en Juan Arkotxa - fluit, als gastmuzikanten mee spelen.

De LP/CD, die door Anazitisi Records/69 Watt op LP is uitgebracht en op CD via Clearspot verscheen, bevat 20 songs en is verdeeld in 3 stukken: 1) White Side (6 nummers), 2) Black Side (6 nummers), 3) Bonus (8 nummers).
Het eerste nummer van "12 Visions heet "The Road", waarin een spiritueel intro zit, dat langzaam over gaat in een combinatie van een folk song en een religieuze song, die tussendoor even een gesproken tekst bevat, maar dan verder gaat met de combinatie folk religie. (luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
Na een vlekkeloze overgang vervolgt Will met "Open The Book", een kort instrumentaal nummer waarin een vrolijk en aanstekelijk ritme zit, dat gevolgd wordt door "Salamander", een vrij zwaar klinkende rustige song met een licht hypnotiserend ritme en oosterse invloeden.
Daarna hoor ik "Diamond Planet", waarin na een ruimtelijk klinkend begin het nummer verandert in een uitstekende song met folk invloeden, gevolgd door "The Great Alchemist (Lalala)", een vrolijk klinkende song met enkele prima tempowisselingen.
Het laatste nummer van The White Side heet "Travelin'" en hierop zijn Majnum, Og, Alice en Juan te horen in een schitterende mystieke oosters klinkende song, die na een tempowisseling ook invloeden van Spaans klassiek gespeelde gitaarmuziek, folk en pop bevat en naar het einde toe weer mystiek klinkt.
De Black Side start met "Three Sisters", een schitterende korte pop song, waarin een heerlijk ritme zit, dat middeleeuws klinkt en dit nummer wordt gevolgd door het instrumentale "S. Love Song", dat in het begin met zware tonen en dreigend gespeeld wordt, voordat het ietsje luchtiger wordt.
Dit nummer gaat over in "Spirit", een spirituele song, zoals de titel van de song al doet vermoeden en hierin wordt een lekker licht hypnotiserend effect gecreeërd door een steeds terug kerend ritme en mantra.
In "Hermetic Spell" schotelt Will me een fantastisch rustig psychedelisch nummer voor, waarin ook Alice te horen is en in het korte "Three Sisters (Reprise)" gaat hij op herhaling en gaat verder waar hij met "Three Sisters" gestopt was.
"The Gold" is de laatste song van Black Side en hierin krijg ik een uitstekende pop song te horen, die op gitaar begeleid wordt.
De eerste van de Bonus nummers heet "Vision#1 (Take 1)" en dit is een van de eerdere opnamen van "The Road", op 3 november 2011 opgenomen, waarin ik Will een heerlijke pop song hoor spelen.
Dan speelt hij "Free Frog (Outtake)", op 17 auguatus 2012 te Mallorca geschreven en dit nummer bevat elektronische invloeden van de muziek van Pierre Henry's "Messe Pour Le Temps Present" en swingt als een trein.
Vervolgens krijg ik het korte "Summer Night (Outtake)"te horen, dat 20 augustus 2012 opgenomen werd en uit een prima instrumentaal stukje muziek bestaat, gevolgd door de iets meer dan een minuut durende demo "Why Don"t Want To Sing With Me?", die 12 oktober 2012 opgenomen werd en lekker psychedelisch klinkt.
Daarna hoor ik een outtake van "Night Of Sin", dat het oorspronkelijke einde van de White Side zou worden en hierin krijg ik een schitterende rustige pop song te horen, die op 6 april 2012 opgenomen werd.
De outtake van het nummer "Travelin'" heet "Raga", een oosters klinkend nummer, dat door Cosmic Trip Machine leden Majnum (sitar) en Og (glissando gitaar)  op fantastische wijze wordt meegespeeld en is 22 maart 2013 opgenomen.
Dan hoor ik de demo van "Dejà Ghost", op 18 augustus 2012 opgenomen en dit nummer zou het oorspronkelijke einde van de Black Side worden.
In deze song laat Will een prachtig rustig gezongen nummer horen, waarin de gitaar een belangrijke rol speelt.
Op 8 maart 2013 werd de outtake van "Reincarnation Knell" gemaakt en dit is een rustig gespeeld instrumentaal werkje, dat bestaat uit piano en synthesizer muziek.

De muziek op deze schijf is afwisselend en heerlijk om naar te luisteren en door de toevoeging van de bonus nummers heb ik een vrij goed overzicht gekregen, hoe de plaat tot stand is gekomen, waardoor ik kan zeggen, dat Will Z. met "12 Visions" een schitterende opvolger heeft gemaakt voor zijn in 2012 verschenen CD "Shambhala".




Review: Origamibiro - Odham's Standard (Denovali, 2014) (Filmmuziek)

Origamibiro uit Londen/Nottingham, Engeland, is een samenwerkingsproject van muzikant, filmmuziek componist en producer Tom Hill, visueel artiest en filmmaker Jim Boxall, beter bekend als The Joy Of Box en multi-instrumentalist Andy Tytherleigh.
Oorspronkelijk begon dit Origamibiro als solo project van Tom, maar langzaam groeide het uit tot een audio visueel gebeuren, dat ook live te bewonderen is.
Hun unieke live optredens, waarin gebruik gemaakt wordt van allerlei objecten, zoals typemachines, papier, thuis films, doorzichtig plakband, behandelde boeken, gevonden celluloid, opnamen van angstaanjagende dieren en op maat gemaakte visuele constructies zijn een belevenis op zich.
"Odham's Standard" is het vierde album van Origamibiro, die eerder "Cracked Mirrors And Stopped Clocks" (Expanding Records, 2007), "Shakkei" (Abandon Building Records, Denizen Recordings, 2011) en "Shakkei Remixed" (Abandon Building Records, Denizen Recordings, 2012) uitbracht en deze laatste drie zijn door Denovali in 2014 als triple CD/LP uitgebracht, terwijl "Cracked Mirrors And Stopped Clocks" + "Live Studio Sessions" in 2008 door de band zelf uitgebracht werd als 2CD en er in 2012 via het Bad Panda Records label een MP3 EP verscheen onder de naam "Flicker", waarop 6 nummers staan.

"Odham's Standard", dat zowel op CD als op LP en als digitale download is uitgebracht, bevat 10 nummers, waarvan "Ada Deane" de eerste is en hierin laat Origamibiro me een schitterend licht hypnotiserend elektronisch stukje filmmuziek horen, dat gevolgd wordt door "Tinder", een heerlijk rustig nummer, waarin ambient en filmmuziek met elkaar gemixt is en deze klinkt lichtelijk experimenteel.
Daarna volgt het titelnummer "Odham's Standard", dat met windgongs begint en verder speelt de band hierin een uitstekend stukje gitaarmuziek met enkele experimentele geluiden tussendoor. (luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
Dan krijg ik het fantastische "Direct Voice" te horen, waarin de band me opnieuw een licht hypnotiserend nummer laat horen, met op de achtergrond zang, die uit een oude film zou kunnen komen, terwijl het gebruik van de cello het nummer iets klassieks meegeeft.
In "The Typophonium" krijg ik met een minimum aan instrumenten een prima klassiek aandoend nummer te horen en in "Armistice Cenotaph" laat de band me genieten van een vrij dreigend nummer, dat door het gebruik van strijkinstrumenten weer enigszins klassiek over komt.
Vervolgens hoor ik "Raising William" een kort elektronisch nummer, waarin ook nu weer geëxperimenteerd wordt en dit wordt gevolgd door "Pulmonary Piano", een moeilijk te volgen nummer, dat uit zorgvuldig aan elkaar gesmede korte stukjes muziek bestaat en mijn opperste concentratie vergen.
"Butterfly Jar" laat me genieten van een schitterend licht hypnotiserend nummer, dat in een niet al te hoog tempo gespeeld wordt en halverwege even van ritme verandert, om vervolgens weer verder te gaan in het hypnotiserende ritme.
Het laatste nummer heet "Feathered" en hierin krijg ik een vrij zwaar elektronisch nummer te horen, dat uit één of andere dramatische film zou kunnen komen.

Origamibiro heeft met "Odham's Standard" een fantastische plaat gemaakt, die erg spannend klinkt en me van begin tot einde heeft weten te boeien, waardoor de band me volledig heeft overtuigd van hun kwaliteit.




Review: Schnauser - As Long As He Stays Perfectly Still (Fruits De Mer, 2014) (Symfonische Rock)

Schnauser uit Bristol, Engeland, begon in 2005 als een solo project van zanger/sologitarist Alan Strawbridge van de band The Lucky Bishops, die reeds 2 albums via het Woronzow label van Nick Saloman (Bevis Frond) had uitgebracht.
Omdat de opnamen voor hun derde album meer tijd in beslag namen dan voorzien was, begon Alan songs op te nemen voor zijn solo album "Kill All Humans", waarbij hij in eerste instantie alle instrumenten zelf voor zijn rekening nam, maar later bevriende muzikanten inschakelde om hem daarbij te helpen.
"Kill All Humans" verscheen op Bandcamp in april 2005 met medewerking van Marco Rossi - sologitaar op, Lucy Watkins - piano en zang, John Fowle - drums, Anton Barbeau - zang, Buster Cottam - dubbele basgitaar, Geoff Carbis - sologitaar en Luke Adams - drums.
Ook speelde Alan in die tijd nog live met The Lucky Bishops, maar nadat het nieuwe album van de band, uitgebracht door het Australische Camera Obscura label, geen of nauwelijks aandacht kreeg, besloot de band te stoppen.
Aan het eind van 2005 startte Alan, op de zelfde manier als voor zijn eerste solo album, met het opnemen van songs voor zijn solo album "The Sound of Meat" en in die zelfde tijd nam toekomstig Schnauser lid John Fowle 5 drums tracks op voor Alan.
Halverwege 2006 speelde Alan tijdens open-mic avonden te Weymouth zijn solowerk op een 12 snarige gitaar live en in juni 2007 startte de samenwerking tussen hem en zangeres/basgitariste Holly McIntosh, die hem vanaf die tijd tijdens de open-mic avonden te Weymouth bijstond.
Veel van de songs voor het tweede Schnauser album "The Missing Link" werd in 2007 opgenomen, toen Alan in Langton Herring, Dorset, woonde en hij opnieuw het merendeel van de nummers alleen opnam.
Op "The Missing Link", die in september 2009 op Bandcamp verscheen, speelt Holly in 2 nummers basgitaar en zingt en is ook drummer Luke Adams in 1 song te horen.
Alan en Holly verhuisden in september 2008 naar Bristol, om op het huis te passen van drummer John Fowle, die een half jaar naar Ghana was vertrokken en nadat John terug gekeerd was in Bristol, besloot het trio samen live te gaan spelen.
De 2 jaar erna speelde de band regelmatig in en rondom Bristol en aan het eind van 2009 spendeerde de band een hoop tijd in het maken en opnieuw mixen van de nummers voor de CD "The Sound of Meat", die in september 2010 via het Pink Hedgehog label werd uitgebracht met medewerking van Rick Hammond - zang, Simon Swarbrick - strijkinstrumenten, Ben Hodder - sologitaar en Rich Murphy - Trompet.
Het album kreeg goede recensies en de band ging door met hun live optredens in en rond Bristol om de nieuwe CD zoveel mogelijk te promoten.
Ook werkte de band aan nieuw materiaal voor hun volgende CD "Where Business Meets Fashion", die in 2013 via het Bitter Buttons label zou verschijnen en hierop is een nieuw bandlid (sinds februari 2011), Duncan Gammon - keyboards en zang, te horen.
Verder werkten Rob Williams - Cello, Hannah Porter - Viool en Tom McCarthy - Trompet op het album mee als gastmuzikanten.
In september 2012 stopte John Fowle door familie en werk verplichtingen met de banden zijn laatste optreden was tijdens het Figure 8 Festival te Dorset, waarna hij werd vervangen door Jasper Williams, die eerder Alan, Holly en Duncan  onder de indruk had laten komen door zijn spel in de band Chronological Rocks, die ongeveer dezelfde tijd uit elkaar ging, als die waarin John stopte.
In deze nieuwe samenstelling werden de 2 nummers voor de Fruits De Mer 7" single "As Long As He Stays Perfectly Still" opgenomen, die in een gelimiteerde oplage op gekleurd vinyl zijn uitgebracht.

Kant A van de single heet "Astral Traveller" en werd door Jon Anderson van Yes geschreven.
Met dit nummer laat Schnauser horen een fantastisch stukje symfonische rock te kunnen spelen en de zang van Alan en Holly klinkt hierin geweldig, net als de muziek trouwens, die licht progressief van karakter is. (luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
De B-kant "As Long As He Stays Perfectly Still" is een nummer geschreven door Mike Ratledge en Robert Wyatt van Soft Machine, een band waar de leden van Schnauser grote fans van zijn.
De song is psychedelisch en progressief en deze uitvoering van dit nummer is een zeer getrouwe afspiegeling van het origineel en benadert dit voor bijna 100%, wat zeggen wil, dat dit een schitterende versie is geworden en als ik niet beter wist, zou ik denken, dat ik naar The Soft Machine zat te luisteren.

Schnauser heeft met de single "As Long As He Stays Perfectly Still" 2 waanzinnig goede uitvoeringen weten te maken, die in geen enkele collectie mogen ontbreken en ik zou zeggen: wees er snel bij, want op is op!




maandag 17 februari 2014

Review: Schizo Fun Addict - Theme From Suspiria (Fruits De Mer, 2014) (Psychedelisch)

Schizo Fun Addict uit New York / New Jersey bestaat uit Jane Gabriel - zang en sologitaar, Jet Wintzer - zang, synthesizer en basgitaar, Hadrian Mordecai - sologitaar en keyboards en Patrick Flynn - drums.
De band bracht hun debuut album "Just a Dimension Away" in 2000 via het Sudden Bliss label uit, gevolgd in 2001 door "Diamond", dat eveneens door Sudden Bliss werd uitgebracht en in 2005 verscheen "The Atom Spark Hotel" via het Canarsie label, terwijl hun nieuwe album "The Sun Yard" in 2013 uitgebracht is.
De band was de allereerste, die in 2008 op het Fruits De Mer label verscheen met een single en heeft nu, 6 jaar later opnieuw een single via dit label uitgebracht, met hierop 2 nummers.

De single, waarvan "Theme From Suspiria" de A-kant is, laat de muziek van de horror film "Suspiria" uit 1977 herleven, waarvoor de Italiaans band Goblin de soundtrack speelde.
Schizo Fun Addict speelt in dit nummer een schitterende combinatie van psychedelische, elektronische ruimtelijke muziek en horror, waarin de zang voornamelijk bestaat uit de woorden "Na, Na,Na,Na,Na", die met heldere stem door de muziek verweven zijn.
De B-kant van de 7"vinyl single, die in een gelimiteerde gekleurde oplage met als insert een ansichtkaart heeft, heet "In The Long Run" (uit 1970 van de film "Beyond The Valley Of The Dolls" van Russ Meyer) en hierin laat de band me een luchtige lekker in het gehoor klinkende pop song horen, die tegen het einde licht psychedelisch klinkt.

De single "Theme From Suspiria" is een prima uitgave van het Fruits De Mer label, die me het gevoel van de jaren 70 films uitstekend laat herbeleven en me daarmee even terug in de tijd werpt.




Review: Qirsh - Sola Andata (Lizard Records, 2013) (Symfonische Rock)

In de winter van 1992 werd de band Qirsh opgericht door Daniele Olia - zang en sologitaar, Andrea Torello - basgitaar en zang, Michele Torello - sologitaar en Luis Fancello - drums.
In deze samenstelling zou de band tot 1994 actief blijven, waarna in 1994 Luis Fancello werd vervangen door Marco Fazio - drums en Leonardo Digilio - keyboards en Luca Calcagno - zang bij de band kwamen.
Ook deze formatie zou geen stand houden, maar de basis voor de huidige band in 1996 gelegd worden, toen Pasquale Aricò - keyboards en zang de plaats innam van Leonardo Digilio.
De band maakte in 1996 hun eerste album, getiteld "Una Città Per Noi" (“A City For Us”) en in 2007 kwam Leonardo terug bij de band en sinds die tijd bestaat Qirsh uit: Daniele Olia, Andrea Torello, Michele Torello, Mario Fazio, Leonardo Digilio en Pasquale Aricò.
De band trad in juni 2010 3 avonden te Arese (Milaan) op tijdens de "Alfa Live" mini tour om de honderdste verjaardag van het automerk Alfa Romeo te vieren.
In 2009 werd een begin gemaakt met de opnamen voor hun nieuwe album "Sola Andata", dat in december 2013 via het Lizard Records label uitgebracht zou worden.

"Sola Andata" bevat 9 nummers, waarvan "Artico" de eerste is en hierin krijg ik een uitstekende symfonische rock song te horen, waarin de muziek afwisselend is door enkele prima tempowisselingen en de schitterende zang.
Het volgende nummer heet "Mercato Ghardaia" en dit is een heerlijke swingende vrolijk klinkende uptempo rock song, waar invloeden van jaren 70 symfonische rock te horen zijn en dit nummer bevat tevens een licht hypnotiserend ritme.
Daarna hoor ik het instrumentale "Mayflower", waarin de band verder gaat met het maken van hun fantastische symfonische rock, die in dit nummer ook folkrock invloeden bevat en waar tevens enkele uitstekende tempowisselingen zitten.
Dan laat de band me genieten van "Figli Del Piccolo Padre", dat een stevig begin heeft, totdat de zang erbij komt en na een tempowisseling ontstaat er een schitterend symfonisch nummer, waarin de band zo nu en dan lijkt te experimenteren, maar er toch een doordachte lijn in de muziek te ontdekken is.(luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
In "5A, Finestrino" krijg ik opnieuw een geweldig instrumentaal nummer te horen met enkele prima tempowisselingen en dit wordt gevolgd door "Rianimazione", waarin disco invloeden te bespeuren zijn, waardoor het nummer swingt als een trein.
Met "Malaria" laat de band me een heerlijk instrumentaal nummer horen, dat in een niet al te hoog tempo gespeeld wordt, waarin de muziek tussen disco, elektro en symfonische rock in zit.
Vervolgens krijg ik "Vento Delle Isole" te horen en ook dit is een zeer dansbare symfonische song, totdat de band een tempowisseling in past en het nummer een stuk rustiger wordt.
Het laatste nummer heet "La Nebbia" en dit is weer zo'n schitterend symfonisch nummer, dat in een rustig tempo gespeeld wordt, waarbij de band de muziek naar het einde toe iets heftiger laat worden, om daarna in het vervolg weer terug te keren naar het rustige tempo waar mee begonnen werd.

Qirsh heeft met "Sola Andata" een uitstekend stukje muziek afgeleverd, waar ik vanaf de eerste tonen van genoten heb en ik kan iedere symfonische rock liefhebber dan ook aanraden deze CD eens te gaan beluisteren, om tot dezelfde conclusie te komen als ik.




Review: Egg Hell - Once Part Of The Whole Ship (Inner Ear Records, 2014) (Pop / New Wave)

Jef Maarawi, die in 1990 te Sao Paulo, Brazilië, geboren werd, leeft al vele jaren in Athene, Griekenland en maakt vanaf 2007 onder de naam Egg Hell muziek.
Hij maakte in 2009 zijn debuut met de EP "Egg Hell", die in 2011 gevolgd werd door de EP "Broemnie Crumbs".
Toen hij producer Kostas Ekelon tijdens een live presentatie van "Bownie Crumbs" ontmoette, besloot het tweetal, dat Egg Hell een complete band moest worden en deze bestaat vanaf die tijd uit: Jef Maarawi - zang en sologitaar, Vassilis Vlahakos - sologitaar en zang, Dennis Morfis - basgitaar, Kostas Ekelon - elektronica en Kostas Zabos - drums.
Het eerste volledige album en het debuut van Egg Heel als band heet "Once Part Of The Whole Ship" en dit is door het Griekse Inner Ear Records label uitgebracht.
Het album, waarop 11 nummers staan, is zowel op wit vinyl als op CD en digitale download verschenen en deze bevat 11 nummers, waarop de band zich door verschillende stijlen muziek heeft laten beïnvloeden.

Het openings-nummer, "Never Sailed", begint lichtelijk dreigend met zware tonen van de synthesizer en duistere zang, maar na enkele minuten verandert de muziek in een swingend nummer met new wave en elektro invloeden.
Het volgende nummer heet "Suffering" en hierin laat de band me een lekker in het gehoor klinkende new wave song horen, die in uptempo gespeeld wordt en enkele prima subtiele tempowisselingen bevat.
Daarna hoor ik "Gingerhead", een heerlijke uptempo pop song, waarin new wave invloeden zitten, die gevolgd wordt door "Pandemic Blues", een prima pop song, die hier en daar wat psychedelisch en experimenteel klinkt, maar niet de blues invloeden bevat, die je aan de hand van de titel zou verwachten.
In "Black & White Shoes" krijg ik een mooie, ingetogen gezongen, pop song te horen, die ook nu weer new wave invloeden bevat en in "Fish" krijg ik een schitterende swingende pop song voorgeschoteld, waarin het ritme lichtelijk hypnotiserend op me werkt en me aanzet tot meebewegen.(luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
Dan hoor ik het rustige "Porto Madero", waarin, tot halverwege het nummer, de zang op akoestische gitaar begeleid wordt met lichte ondersteuning van de synthesizer, maar daarna komt de rest van de band er bij en wordt het tempo van de song langzaam meer opgevoerd en wordt de muziek iets heftiger.
Vervolgens laat de band me genieten van "Oh Lord", dat een vrij rustige song is, maar tegen het einde heftiger en experimenteler wordt, waarna "Particles" volgt, een uitstekende uptempo song met opnieuw new wave invloeden.
"Napoleon" begint rustig, maar wordt langzaam uitgebouwd naar een vrij heftige pop song, waarin ook deze keer de new wave invloeden niet ontbreken en tegen het eind van de song wordt het nummer weer in een rustig tempo uitgespeeld en gaat vlekkeloos over in het laatste nummer "Useless Captain", een prachtige rustige song, waarin de band ingetogen speelt en het nummer licht psychedelisch laat eindigen.

Ik vind het album "Once Part Of The Whole Ship" van Egg Hell een uitstekende plaat, die lekker in het gehoor klinkende songs bevat en me geen moment verveeld hebben en kan daarom ook iedere liefhebber van dit genre aanbevelen, deze schijf eens te gaan beluisteren.




maandag 10 februari 2014

Review: This Is Nowhere - Turn On Tune Down Drop D (Nasoni, 2014) (Bluesrock)

This Is Nowhere werd in 2009 te Thessaloniki, Griekenland opgericht en bestaat uit: Manuel Pov - zang en sologitaar, Jay O' Leen - sologitaar, Bateman -  basgitaar en Captain Tzek - drums.
De band maakte in mei 2011 op het Lotus Records label hun debuut met de single "Perfect Helpless" / "Wilderness (Part 2)", die in oktober 2012 gevolgd werd door "A Possible End?", dat op de 10" vinyl split single "We Split For The Ladies" staat met "Domino Memories" van De Sades als andere kant en eveneens via Lotus verscheen.
Hun volledige debuut album "Turn On Tune Down Drop D" is als Vinyl LP + CD met bonus tracks + insert uitgebracht door het Duitse Nasoni label, waarvan er 100 exemplaren in een gelimiteerde gekleurde vinyl uitgave zijn verschenen en 400 exemplaren op zwart vinyl geperst zijn.

De CD bevat 11 nummers, waarvan de 3 bonus nummers andere uitvoeringen van 3 van de nummers van het album zijn.
Het eerste nummer van de CD heet "Dope Head Blues" en hierin laat de band me genieten van een licht psychedelische bluesrock song, die in een slepend ritme gespeeld en gezongen wordt.
Daarna krijg ik "I Need" te horen, waarin de band meer de kant van de progressieve bluesrock op gaat en het tempo een stukje hoger ligt, terwijl het nummer lekker swingend klinkt en er flink wat fuzz op de gitaar gezet is.
Dan hoor ik Bateman's Late Night Shift", een stevige progressieve bluesrock song, die in een niet al te hoog tempo gespeeld wordt, maar langzamerhand wel steeds heftiger wordt.
Vervolgens krijg ik "I Wish Upon Her For My Fall" voorgeschoteld en ook in dit nummer wordt de muziek naar een heftige climax toe gespeeld, waarna de band vervolgt met "Two Nights", een vrij heftige progressieve bluesrock song met een licht hypnotiserend ritme, waarbij het moeilijk is om stil te blijven zitten.
In "Theme For Peter" laat This Is Nowhere me weer een heftige bluesrock song horen, waarin de muziek tegen noise aan zit en in "Theme For Bootsy" speelt de band een hypnotiserende stonerrock song, die me in een lichte trance brengt.(luister naar dit nummer via de youtube link onder de recensie)
Het volgende nummer heet "Moondub" en hierin laat de band me een geweldige progressieve rock song horen, waarin ook de saxofoon een rol van betekenis speelt.
De bonus nummers starten met de "Onepointtwo remix" van "Moondub", die dubbel zo lang duurt als de gewone uitvoering en hierin hoor ik een totaal andere versie van dit nummer, waarbij de band me laat genieten van experimentele psychedelische geluiden, die van begin tot einde het nummer domineren.
De "Blood remix" die door Sonny Tough gemaakt is van het nummer "I Need" is eveneens een fantastische uitvoering, die progressief, experimenteel en vrij heftig klinkt en daarin zijn garagerock en psychedelische invloeden verwerkt.
Het laatste nummer van de CD heet "I Wish upon Her For My Fall" en hierin krijg ik de "Plughead remix" te horen, die heerlijk progressief en hypnotiserend klinkt.

This Is Nowhere heeft net "Turn On Tune Down Drop D" een schitterend debuut album weten te maken, waarmee de band me ten volle heeft laten genieten van hun uitstekende muziek en hun debuut extra kracht heeft mee gegeven door de fantastische uitvoeringen van de bonus nummers.